Het principe

Hoe kan men onderscheid maken tussen fossiele en biogene CO2? Koolstof-atomen hebben een eigenschap die al decennia wordt gebruikt; ze kunnen worden gebruikt om te bepalen hoe oud iets is. Deze methode, genaamd koolstofdatering, wordt traditioneel gebruikt om de leeftijd van mammoeten, fossielen en schilderijen vast te stellen. Koolstofdatering maakt een onderscheid tussen koolstof die we C14 (biogene koolstof) en C12 (fossiele koolstof). Kosmische straling zorgt voor C14 in de atmosfeer. Levende organismen absorberen de C14. Wanneer deze levende organismen sterven zal, na verloop van tijd, de C14 veranderen in C12 en worden fossiele brandstoffen.

Deze fossiele en biogene brandstoffen worden teruggeplaatst in de atmosfeer wanneer ze worden verbrand door bijvoorbeeld afval-tot-energie-installaties, cementovens en papierfabrieken. De biogene en fossiele koolstof verlaat de installatie via de schoorsteen, hiermee sluit de koolstofketen weer.